10.10.06

$3.8 Million Rolls-Royce Phantom seen in Paris today

When strolling through Avenue Hoche this afternoon, only 100 yards from Arc de Triomphe, I unknowingly stumbled upon some event, some avant-première.

A couple of guys unpacked a set of stretched wheels. Black, well polished, no license plates. Obviously Rolls-Royce. Surprisingly left hand driven, which makes this Rolls extremely convenient as Péage burner.

The strange thing was: I observed no Forbes Celebrity 100 species. The type of supermodel, singer or golfer one would expect with a vehicle of this impact. Suddenly it became ll clear to me: the car was the star.

There was a bunch of tyre-kickers in custom suits and some bobo sipping champagne in the lush cream leather backseat of the car. You think he is a lucky man? Unfortunately he is not. Being driven in an automobile like this, while swallowing your bubblies-de-prestige is deadly serious business, not fun.

This car is heavely armoured. It is the brand new shoulder-launched-missile-proof Rolls-Royce. The RR Panzer so to say. The $3.8 Million Rolls-Royce, to be launched at the splurge fair in Gangzhou next december. It may be the first Rolls-Royce with a genuine unique selling point. Virtually indestructible...like a Rolls-Royce.

Rolls-Royce nowadays relies heavily on BMW engineering skills. Their Hauptingenieure come from Germany, a country that holds a high reputation for its Schwere Panzer.

In this case they created a well designed car and more surprisingly, they left the caterpillars out. I consider this shed on wheels suitable for presidential meetings and funerals, not weddings. Rolls-Royce made a good try to outpanzer their competitors. Well done lads.

One final remark. This car will be presented as brand new and as a primeur in Gangzhou next december. As we know from now the Gangzhou Rolls has to be classified as a used car. As we knew already from our own experience, this is the kind of confession a car salesman will never make in fear to create a buyers remorse.

Don't spoil next Chinese automobile fiësta. Please be prudent in spreading the news that our secondhand Gangzhou Rollsy has already been yaba-daba-doing some Parisian avenue.

Labels: , , ,


13.4.06

Gastarieven


Gaswacht Cyrille L. staat op het afgesproken tijdstip voor de deur. Ik had een man in overall verwacht, maar deze heer ziet er uit alsof hij zo uit de herenmodezaak is weggelopen. In een soort dokterstas vervoert hij een vuistcomputer, attributen voor de check-up, documenten.

Hij komt controleren of ik wel veilig op het gas ben aangesloten. Diagnostic qualité. Voor een paar tientjes weet ik waar ik aan toe ben.

Met routineuze zwier draait L. alle pitten van het kooktoestel vol open, steekt ze aan, draait de knoppen weer toe. Bon. Hij controleert of de vlam van de verwarmingsketel stabiel blauw brandt, temperatuurt de vlam met zijn voeler. CH4 + 2O2 —> CO2 + 2H2O, uitstekend dus. Onder het aanrecht direct achter het kastdeurtje ontdekt hij de hoofdkraan. Primaprima.

Wat opvallend is: binnen een minuut maakt hij duidelijk dat hij namens het staatsgasbedrijf komt. Maar niet van het staatsgasbedrijf is. Hij werkt in het bedrijfsleven, de private sector. Het deel van de economie, waar sommige Fransen met wanvertrouwen naar kijken. Cyrille L. koestert dat wantrouwen niet, hij is een fan van het marktmodel, kijk naar Engeland.

De meetresultaten gaan in de vuistcomputer. Ondertussen wordt hij twee keer op zijn mobiel gebeld. Nadat hij de tweede keer zorgvuldig heeft afgewimpeld, c’est mon papa, geeft hij mij al mondeling zijn bevindingen door. Ik stook en kook veilig. Cyrille L. licht het vervolg van de procedure toe, schudt me de hand. Weg is hij. Onvermoeibare speurder naar ondeugdelijke apparatuur en onveilige aansluitingen.

Gisteren viel de afrekening op de mat. Helemaal volgens verwachting op één detail na. Gaz de Groningue is binnen een jaar 23% in prijs geëvolueerd.

Toch ligt de Franse eindprijs nog altijd onder de Nederlandse. 45 cent per m2 tegenover 50 cent per m2. Overdreven duur is het staatsgasbedrijf dus niet. Maar echt doorzichtig zijn haar tarieven niet. Ook weten we niet wat haar topman incasseert.

Het Nederlandse tarief bestaat voor eenderde uit gas, en tweederde belastingen. Hoe dat in Frankrijk zit, valt uit de specificatie van de gasmonopolist niet af te leiden. Voorlopige conclusie: de Franse transparantie is geringer, maar de prijs is lager.


12.4.06

Drie Hoog

Uiteindelijk houdt Vincent van Gogh het twee jaar uit in Parijs. Nadat hij Parijs heeft verruild voor het Franse Zuiden schrijft hij:

‘Op sommige ogenblikken denk ik dat mijn bloed weer min of meer zin heeft om te gaan stromen, wat de laatste tijd in Parijs niet het geval is geweest: ik kòn werkelijk niet meer.’

Sommige waarheden zijn niet aan tijd gebonden, maar wel aan een plaats.

Veel bewoners van Parijs hebben een haat-liefde verhouding met de stad. Want de stad kan je opvreten. Wie aarzelt, is verloren. Wie twijfelt, wordt omvergelopen. Onder gepolijste beleefdheidsvormen gaat zeer ruwe omgang schuil. Parijs is niet altijd goed voor haar Parijzenaars die de stad vaak als een tijdelijke pleisterplaats opvatten. Graag zouden ze elders wonen. Waar het minder duur, minder druk, minder vuil, minder bekrompen, minder pretentieus, minder prestigieus is.

Een mondaine stad is niet per definitie een prettige stad om te bewonen.

Wie als toerist of incidentele bezoeker door Parijs loopt, ademt de energie van de stad, laat de oppervlakkige symmetrie op zich inwerken, geniet van de bruisende grootstad. Dit in tegenstelling tot veel vaste bewoners, die de stadsdrukte mijden en zich terugtrekken in hun quartier, dat ze alleen bij hoge uitzondering verlaten. Om naar la maison secundaire af te reizen bijvoorbeeld.

Het regende vannacht, toen ik door nachtelijk Abbesses liep. De laatste gasten dronken hun glas uit, de terrassen waren verlaten. In de Rue Lepic bewoonde Vincent met zijn broer Theo een appartement op de derde etage. In de stilte van de nacht was ik er op uit om een foto van hun huis te maken. Het geluk lachte me toe: één van de vensters drie hoog was nog verlicht.

Vincent van Gogh schrijft waarom hij in Parijs niet tot werken kwam: ‘Het lijkt me bijna onmogelijk in Parijs tot werken te komen, tenzij men een plekje heeft om zich terug te trekken en bij te komen en om zijn kalmte en zelfvertrouwen te herwinnen.’


11.4.06

er is alles in de wereld het is alles










er is alles in de wereld het is alles
de dolle hondenglimlach van de honger
de heksenangsten van de pijn en
de grote gier en zucht de grote
oude zware nachtegalen
het is alles in de wereld er is alles

allen die zonder licht leven
de in ijzeren longen gevangen libellen
hebben van hard stenen horloges
de kracht en de snelheid

binnen het gebroken papier van de macht
gaapt onder de verdwaalde kogel van de vrede
gaapt voor de kortzichtige kogel van de oorlog
de leeggestolen schedel
de erosie

er is alles in de wereld het is alles
arm en smal en langzaam geboren
slaapwandelaars in een koud circus alles
is in de wereld het is alles
slaap


Lucebert (Apocrief. De analphabetische naam, 1952)


King of the road


De motard legt het me nog één keer uit.

Een motard is dus geen scooteriste. Het verschil zit hem in het schoeisel. Een motorrijder draagt speciaal stevig schoeisel, een scooterrijder draagt chaussure de ville.

Het onderscheid tussen scooters en motors is belangrijk. Althans dat vinden de motorrijders. Motards zijn gewend hun tweewieler op de stoep te dumpen. Ze konden lange tijd rekenen op een zekere sympathie van de kant van de politie. Na jaren van oogluiken, probeert de politie ze dit gedrag langzamerhand af te leren.

Het is natuurlijk best vervelend als de regeling onbeperkt-gratis-parkeren-voor-de-deur wordt ingeperkt. Dan is de lol van het motorrijden een stuk minder. Dus hebben de motorrijders een zondebok nodig en dat zijn de scooterachtigen. Bestuurders van de Burgman 650, Typhoon, Tmax, X9, Silverwing, Majesty verpesten het voor de ware motard.

De motards namen als eerste bezit van de Parijse stoepen. Ze menen de oudste rechten te bezitten. En die oude rechten worden nu betwist vanwege de opkomst van de scooter is de redenering van de motards.

Het echte probleem is het gebrek aan tweewieler parkeerruimte. Waar vind je zo snel 100.000 tweewieler parkeerplaatsen? Boze motorrijders voelen zich slachtoffer van een heksenjacht. Hun vrijheid wordt aangetast. De cowboys van de stedelijke asfaltprairie worden aan banden gelegd.

Ik moet zeggen dat ik als ridder te voet ook niet erg gecharmeerd ben van al die tweewielers op de stoep. Parkeren is tot daar aan toe. Maar beste tweewielige bestuurder, of u nu een motard of een scooteriste bent, de Parijse stoepen zijn niet voor u bestemd.

Wilt u zo sportief zijn mij niet langer van de sokken te rijden?


10.4.06

De dolle hondenglimlach van de honger

Na het douane kantoor houdt het asfalt op. Hier eindigt een republiek van mensenrechten schenders. Roodbestofte palmen trillen in de middagzon.

De douanier in het land dat ik zojuist achter me liet, maakte een aantekening in mijn paspoort. Met haperende Bic noteerde hij dienstklopperachtig: Vu à la frontière avec 15.000 CFA. Geld dat werd nageteld, woorden die met een stempel werden bezegeld.

Ik loop door de bufferzone tussen metershoge termietenheuvels naar het land van de overkant. Het is niet druk op het stoffige rode zand. Dertig meter voor mij drie vrouwen die van de markt terugkomen. Een schaal met vruchten op hun hoofd. De jongste heeft een ontbloot bovenlichaam. Ze stoppen voor een schamel grensonderkomen, waar een douanier onder een golfplaat zit.

De douanier in het land van de overkant kijkt gebiologeerd naar de jongste van de drie vrouwen. Van een afstand zie ik hoe hij naar de nog jonge borsten reikt en ze als een fruitkoper bevoelt. Terwijl hij hiermee bezig is, ziet hij mij vanuit zijn ooghoek aankomen. Hij staakt zijn warenonderzoek en kijkt me aan alsof ik hem op heterdaad betrapte.

De vrouwen worden doorgestuurd.

Ook deze douaneman wil mijn paspoort zien, hij bladert er verveeld doorheen, geeft het terug. Hij vraagt waar ik naar toe ga. Dzodze zeg ik, Saint Anthony’s Hospital. Ik vraag hoe ik bij het hospitaal kom. Hij wijst met een vermoeide blik naar het achterland. Ergens verderop is een taxi.

Taxi is een groot woord.

Een geblakerde, glasloze Peugeot oldtimer die na wat duwwerk hortend in beweging komt. Tegen het eind van de middag, voor Saint Anthony’s, stap ik uit. Ik loop het terrein op. Het is er koel, rustig, bij de ingang staan vrouwen die eten verkopen. Bij de polikliniek zit iemand achter een loket. Ik meld dat ik voor L. kom.

Even later verschijnt vriend L. Hij ziet er vermoeid uit en in-en-in bleek in zijn witte doktersjas. Na de eerste begroeting maken we een rondje over het terrein. De polikliniek waar op dit late middaguur alles verlaten is. De zalen met in de bedden de patiënten, onder de bedden familie leden die de zieke verzorgen en van eten voorzien.

L. wil m’n slaapplaats wijzen. We lopen langs een gebouw met een groot hek er omheen. In de schaduw van het gebouw zit een man, die in beweging komt zodra hij ons ziet. De man kruipt naar het hek, op zijn knieën, hij houdt een metalen bak omhoog. Een smalle mens, een vreemde grijns rond zijn lippen. Ik hoor hoe hij met hese stem, zonder geluid bijna, please… please… fluistert.

Ik aarzel, kijk niet begrijpend naar L. Die gebaart door te lopen. Wie is die man? Een patiënt, tuberculose, hij zit in quarantaine. Hij heeft geen familie voegt L. er met een vermoeide blik aan toe. Geen familie? Nee, niemand die voor hem zorgt. Maar hij is toch ziek? Ja, die ziekte, daar komt hij wel over heen, maar hij verhongert langzaam... hij gaat dood van de honger.

Ik ben stil.

De volgende ochtend vroeg loop ik naar de ingang van het hospitaal. Ik koop bij de vrouwen een grote hoeveelheid fufu en een paar bananen. Met mijn voedselvoorraad ga ik naar het quarantaine gebouw. Bij het gebouw zijn twee schoonmakers aan het werk. Ze dragen grote witte rubberlaarzen. Het hek staat open, ik loop niet naar binnen. Ik trek de aandacht van de schoonmakers, for your patient roep ik en ik hou het pakket eten omhoog.

Een van de mannen komt naar me toe. I’m sorry sir, our patient died last night, zegt hij met zachte stem.


Of ik moet me vergissen


Van de na-oorlogse Presidenten is Auriol recordhouder. Hij verknalde vijftien Eerste Ministers. Mitterand kon met zeven toe. Chirac had er slechts vier nodig. Benieuwd wie de vijfde wordt.

Of ik moet me vergissen.

Villepino zit op de schopstoel. Hij was de briljante technocraat, geen politieke straatvechter. Een man die in juni dacht dat hij 100 dagen nodig had om Frankrijk weer vertrouwen te geven. De 100 dagen bleven zonder resultaat (ambtenaren zijn in juli en augustus op vakantie). In de 200 dagen die daarop volgden liep de machine definitief vast. Villepino bleek via simpele wetgeving in staat een revolte in te leiden waarna de revolutionaire weeën elkaar in hoog tempo opvolgden.

De jeugd radicaliseerde. Dat heeft een niet te onderschatten betekenis. Historisch gezien is het een doorbraak. Waar de generatie van dertigers en veertigers niet slaagde in haar verzet tegen de babyboomers slaagt de huidige generatie wel. De jongere generatie kan de uitslag van de verkiezingen in 2007 beslissend beïnvloeden.

Of ik moet me vergissen.

Indien de gelegenheidscoalitie van de straat in stand blijft. Want het is een vreemde figuur. En een merkwaardig gezicht. Honderduizenden demonstranten, studenten, scholieren en in hun kielzog enkele duizenden militanten van de bonden. Bien étonné de se trouver ensemble.

Anyway. Villepino heeft moeite zijn nederlaag te erkennen. Binnen een paar dagen zal hij capituleren. Zo zijn de regels. De UMP keert zich tegen de verliezer. Want de verkiezingen van 2007 moeten worden gewonnen. Met Villepino lukt dat niet en Chirac is afgeschreven. Het wordt een sneue afgang.

Of ik moet me vergissen.

Met de Franse politiek weet je het nooit. Eigenlijk moet ik zeggen: met die kruiwagen vol kikkers die UMP wordt genoemd, weet je het nooit. Achter de oproer in de straat schuilt een interne crisis: strijd om de hegemonie binnen de UMP.

Daarna volgt de strijd om de politieke hegemonie. Ik geef de revolterende jongeren overigens weinig kans. Hun keuze is grofweg: de auto van de buurman in de brand steken of je eigen universiteit bezetten.

Of ik moet me vergissen.


6.4.06

Jacques Bril


Villepin is nog slechts virtueel eerste minister van Frankrijk. Het een kwestie van tijd maar opeens volgt dan zijn voordracht voor Directeur General van de UNESCO of Voorzitter van de Rekenkamer. Ik sluit het trouwens niet uit dat hij komend najaar op de shortlist van de Nobelprijs voor Literatuur figureert.

Zoals iedereen weet behoort de Franse premier tot de betere dichters onder de politici. In tijden van crisis leest hij voor uit eigen werkt. Dat sterkt zijn entourage. Zij weten dat ze de premier der dichters in hun midden koesteren.

Zijn wet gaat niet door. Villepin kan terug in zijn hok. Ruim baan voor de politici. De politieke straatvechters gaan hun plannen voor een toekomstbestendig Frankrijk bekendmaken. En dan kijken wie de verkiezingen wint.

Voor de rest is het een kwestie van uitzieken. En hopen dat ondertussen de boel niet afbrandt. Elf jaar Chirac heeft Frankrijk weinig goeds gebracht. Verloren jaren zijn het, waarin Frankrijk genoegen moest nemen met een rol aan de artiestenuitgang van de wereldtoneel. Jaren waarin de lucht uit een francofoon wereldwonder weglekte. Waarin Frankrijk verschrompelde tot captain van het Europese veteranenelftal.

Hoe gaat Chirac de geschiedenis in, nadat hij is afgezwaaid?

Mogelijk als Jacques de Wijfelaar. Of misschien toch een meer beeldende eretitel. Chirac was immers de man die Frankrijk door een bange herfst en een bang voorjaar laveerde. Hij verscheen om die reden drie keer op televisie.

Obligate toespraken waren het, waar Chirac tot ieders verrassing steeds een bril bij opzette. De kranten schreven vooral over deze brillenrevolutie. Voor Jacques Bril valt dus ook wat te zeggen.


5.4.06

De handeling is onderbroken tijdens het verbinden met www.volkskrantblog.nl

Volkskrantblog is voor mij onbereikbaar. Dinsdagochtend, vanochtend en nu, woensdagavond nog steeds.

Balen. Ik gebruik Volkskrantblog voor mijn bijdragen uit Parijs.

Ik merk dinsdagochtend dat Volkskrantblog onbereikbaar is. Ik heb vier bijdragen in redactie, die ik maandagavond alvast met een fotootje erbij heb opgeladen, publicatiedatum dinsdagavond.

Dat doe ik vrijwel nooit. Maar in dit geval heb ik een paar gedachten uitgewerkt. Ik wil er nog een nachtje over slapen, de bijdragen nog bewerken, voor ik ze definitief publiceer.

Het lukt me dinsdag niet het Volkskrantblog te bereiken. Voor de rest loopt alles als vanouds: e-mail, webmail, surfen, no problemo. Alleen verbinding met Volkskrantblog wordt geweigerd.

Pmdat ik er van uit ga dat de site van de Volkskrant down is, aarzel ik om een mailtje om info te sturen. Het zal wel loslopen en anders volgen er wel berichten in de digitale krant. Gedupeerd voel ik me wel, ik wil ook graag verslag doen van de Zwarte Dinsdag in Parijs.

Dinsdagavond. Vreemd, nog steeds een verbindingsprobleem, en verder geen mededelingen over problemen met de blogsite in de digitale Volkskrant. Rond half negen 's avonds opeens een reactie op mijn nieuwste bijdragen waarvan ik de publicatiedatum op dinsdagavond had gezet.

Shit! Ik kan niet bij mijn eigen stek komen, anderen lezen mijn bijdragen wel. De site is helemaal niet down, alleen ik ben afgesloten. Hoe heb ik het nu? Een dikke rookwolk, ik ontplof.

Ik meld het probleem bij de redactie. Iemand van de Internet redactie reageert geruststellend vlot op mijn narrige melding.

Mijn probleem is uniek. Als ik www.volkskrantblog.nl intyp in het browservenster verschijnt tien seconden lang het bekende zandlopertje, daarna de tekst:


Waarschuwing

De handeling is onderbroken tijdens het verbinden met www.volkskrantblog.nl

Wat er aan de hand is? Geen idee. Ik ben nu anderhalve dag geblokt en ontblogd. Heel vervelend. Wat kan ik doen. Mijn provider wil er niks van weten. Ik wacht af, uw Parijswatcher, débloggé.

Rooksignalen uit Parijs, Klaas.


Kleurrijke inboorlingen

Welk verhaal schrijf je bij de 5e miljoenen manifestatie? Een verhaal over miljoenen?

Neem de politietellingen. Ze liggen ver beneden de schattingen van deelnemende organisaties. In Le Parisien, een krant met respect voor de feiten, spreekt een anonieme politiefunctionaris. Die stelt: we hanteren op het Ministerie twee cijfers. De tellingen en wat we naar buiten brengen. Wat we naar buiten brengen zijn tellingen gedeeld door twee.

Vandaag officieel 1.028.000 protestgangers. Dat betekent: ruim twee miljoen mensen op de been. Dat is veel. Twee weken aaneen meer dan twee miljoen betogers. Weg met Villepin!

Vanaf mijn uitzichtpunt, aan het begin van de Boulevard de l’Hôpital, zie ik de stoet over de Áusterlitzbrug trekken. Vlaggen, kartons, spandoeken, muziek, elk segment van het kilometerslange lint draagt zijn eigen sfeer mee.

Voorop de studenten van de vele Parijse universiteiten met daarachter, een beetje timide, de scholieren van de nog veel talrijkere Lycées. Honderd maal duizenden zijn het. Geen twijfel mogelijk. Ook de scholen uit de banlieues manifesteren zich met trots. Zelfbewuste, kleurrijke inboorlingen trekken door de sleetse boulevards van een oude hoofdstad.

Ik gebruik het woord inboorling omdat ik dat vanmiddag honderden keren hoorde. Het woord wordt gebruikt door de mensen die de protestmars aanmoedigen. Wie hier werd geboren, inboorling is, heeft het recht om mee te beslissen over de toekomst van dit land.

Is inboorling, indigène, de nieuwe geuzennaam die alle gekibbel over etniciteit, immigratie, afkomst en kleur overbodig maakt?

De jongeren van de republiek maken zich zorgen over hun toekomst. Frankrijk beleeft de opkomst van de behoudzuchtige jeugd. De jongeren denken ook na en willen meepraten. Niet langer voor ons en namens ons, maar samen met ons en door ons.


Presidentendrift

Geen touw valt er nog aan vast te knopen.

President Chirac vaardigt een wet uit, roept op de wet niet toe te passen, geeft opdracht de tekst van de wet aan te passen die op datzelfde moment van de persen van de Staatsdrukkerijen rolt. Chirac verordonneert dat de wet op de schop moet, maar dat is volgens hem geen klus voor de ministers die de wet opstelden en verdedigden. Hij legt de opdracht voor de verbouwing van de wet neer bij de Presidenten van de UMP, Chirac's partij die de meerderheid heeft.


Die Presidenten zijn: Sarkozy (President van de partij), Accoyer (President van de fractie in de Assemblée Nationale) en Josselin de Rohan (President van de senatoren).

Liefhebbers van de franse slag kunnen hun lol niet op. De President stoot Frankrijk momenteel hoog op in de vaart der bananenrepublieken.

Minister van Werkgelegenheid Borloo die de wet met succes verdedigde in het Parlement riep maandag werkgevers op de wet niet toe te passen. Voor gedeputeerde Schwartzenberg van de Parti Socialiste is dit reden om Borloo te corrigeren. De ministeriële oproep een wet niet toe te passen is een delict.

De vakbond van Lycéens FIDL is al een stap verder gegaan. De vakbond heeft maandag Dimitri Oupoh in dienst genomen op het nieuwe eerste contract om hem 25 minuten later weer zonder opgaaf van redenen te ontslaan. Naar de letter en de geest van de wet.

Na de succesvolle verdediging van de wet door premier Villepin in het Parlement, zijn nu vier Presidenten in de slag om de werking van de wet teniet te doen. Wat we zien is presidentendrift. Hanengedrag van politici. Binnen de leidende politieke partij voltrekt zich een strijd om de macht. De problemen blijven liggen.

Een visie ontbreekt en er lijkt momenteel geen regie. Het maatschappelijk verzet glijdt langzaam af naar oncontroleerbare vormen van protest en uitingen van frustratie. Een zorgelijke situatie.


Jongeren denken ook. Of hoe de Volkskrant in slaap sukkelde.

Welk beeld past bij de manifestaties wanneer voor de vijfde keer de straten van de hoofdstad vervuld zijn van spandoeken tegen de zittende macht? Welk verhaal wil je schrijven wanneer outsiders de ruling class uitdagen?

Het beeld hangt af van je perspectief.

Fokke Obbema geeft in de Volkskrant een analyse. Hij kiest als ervaren buitenland correspondent voor grote stappen, snel thuis.


Hij stelt een retorische vraag: wordt de protestbeweging feestelijk ten einde gedragen of radicaliseert ze? Waarschijnlijk het eerste, volgens Fokke Obbema. Gaap.

Want, zo vervolgt Fokke Obbema, bij alle hervormingspogingen, van Juppé via Raffarin tot Villepin wordt alles geblokkeerd door een sterk front dat de verworven rechten verdedigt. Van het Franse front geen nieuws dus.

Geen nieuws?

Het huidige front is een complete vernieuwing van het politieke krachtenveld. Studenten en scholieren lopen voorop. Met honderd maal duizenden zijn ze, de vakbonden gedwee in het kielzog. Geen twijfel mogelijk. De jeugd manifesteert zich met trots, zelfbewust, kleurrijk.

Trouwens, Fokke. Nu je het onderwerp verworven rechten aansnijdt. Welke rechten hebben studenten en scholieren dan verworven? En welke rechten van de traditionele bonden worden met de huidige voorstellen ingeperkt?

Obbema voorspelt dat banlieue-jongeren wellicht hun kans grijpen om in Parijs huis te houden. Wat een luie constatering. Relletjes waren er ook, maar de hoofdzaak was: Duizenden en duizenden banlieue-jongeren kwamen op voor hun belangen.

300.000 jongeren uit de banlieue demonstreren. 300 criminele jongeren buiten de situatie uit om te stelen, te vernielen en te provoceren. Zaken onderscheiden is belangrijk. Banlieue-jongeren: hanteer dat begrip met zorgvuldigheid, is mijn advies.

Elke groep demonstranten heeft haar eigen Ordedienst. Het zijn ook de banlieuetypes, banlieue-jongeren, kinderen die voortkomen uit de grote immigratiegolf die de orde bewaken. Op rellen zit geen enkel jong banlieue Fransmens, scholier, student, te wachten.

De verenigde jeugd van de oude republiek maakt zich kwaad. Tien of vijftien jaar geleden zou het denkbaar zijn geweest om een oplossing voor de maatschappelijke stagnatie te bieden aan jongeren zonder hun mening mee te nemen. Nu kan dat niet meer.

Onmogelijk om een uitweg uit de misère te wijzen door de rekening eenzijdig bij de jongeren te leggen. Ouwe zakken die niet wensten te veranderen, die de belangen van hun generatie lieten prevaleren, moeten onderhandelen.

Jong Frankrijk heeft dit principe goed begrepen. Jongeren denken ook. De Volkskrant analyseert niet, maar neuzelt.

Naschrift 7.4.2006 Obbema had even zijn dag niet. Vandaag revancheert hij zich. Lees: Het woedende volk wil breuk met het verleden, in de Volkskrant van vandaag.


Vergrootglas

Je kunt de karavaan onder een vergrootglas leggen. Dan zie je een man gehuld in poncho die een klein karton omhooghoudt: Afschaffing Van Het Werk. Of een jonge vrouw met een dikke zwangere bui: Niet Bang Voor De Toekomst.

Aarzelend komt de demonstratie op gang. Groepjes kabbelen door de boulevard, genietend van stralend weer.

Later op de middag blaast ruimende wind een veelkleurig tableau aan vaandels en spandoeken over de Austerlitzbrug.

De stoet wordt onstuimiger, grote golven studenten en lycéens stromen door de Boulevard. Ook de jongeren nemen hun eigen ordehandhavers mee, die hun taak serieus opvatten. Ze zijn herkenbaar aan aanvoerdersbanden: het oranje tape om hun bovenarm duidt op moreel overwicht.

Tien of vijftien jaar geleden zou het denkbaar zijn geweest om een oplossing voor de maatschappelijke stagnatie te bieden aan jongeren zonder hun mening mee te nemen. Nu kan dat niet meer.

We don’t need no education.
We don’t need no thought control.
No dark sarcasm in the classroom.
Teacher, leave those kids alone.

Onmogelijk om een uitweg uit de misère te wijzen door de rekening eenzijdig bij de jongere generatie te leggen. Ouwe zakken die niet wensten te veranderen, die belangen van hun generatie lieten prevaleren, zijn terug bij af.

De welvaartstaat hervorm je niet via contracten en kleine lettertjes in het Staatsblad. Maar op grond van een visie en aan de onderhandelingstafel. Zo is het, niet anders. La jeunesse van Frankrijk heeft dit principe goed begrepen.


15.2.06

Eineken Bière


Omdat ik om de hoek woon toch eens binnengelopen bij Culture Bière op de Champs Elysées. Heinekens eigenhandige poging om pils in Frankrijk salonfähig te maken.

Het valt niet tegen. Weliswaar is de bar direct achter de voordeur wat kaal en ongezellig, maar die wachtkamersfeer is ook zo bedoeld. Je houdt daar vol spanning de ingang in de peiling, omdat je afspraak elk moment kan binnenwandelen, waarop het avontuur begint. Zoiets.

Hoewel ik geen afspraak heb, leg ik toch even aan op een comfortabele barkruk aan de meetingbar achter de ingang. Om mijn aanwezigheid te legitimeren, bestel ik een simpele pression van standaard afmetingen. De verleiding is groot om van het normaalbier af te wijken. Maar liefst acht soorten staan tapklaar, waaronder het legendarische Pelforth, maar ik houd me in.

Vanuit de buik van het gebouw lokt het geluid van een slangenbezweerder op sopraansax. Mijn nieuwsgierigheid is onbedwingbaar. Ik loop snel een paar trappen af om te ontdekken hoe het tweede deel van mijn avond er uit gaat zien. De kelderlounge is warm gevuld en ik heb het goed gehoord, inderdaad voorzien van live muziek! En dat op maandagavond om 9 uur.

Ik ga terug naar mijn oorspronkelijke ankerplaats, neem vervuld van de nodige voorpret weer plaats op mijn kruk. Maar… getver wat is dat nu? Op het roestvaststalen onderstel van mijn barkruk heeft zich kruimig kaksel afgezet. En ja hoor: de profielzool van mijn linkerschoen is verzadigd met een honden uitwerpsel. Ook op de glanzende tegelvloer rond de barkruk ontdek ik smeuïge brokken.

Goed, tijd om weer eens te verkassen.

De kelder. Het pièce de résistance, best retro dus. Doet denken aan de Mazzo 1979, als iemand dan nog begrijpt waar ik het over heb. Ik zie dat de meeste mensen bij binnenkomst de I-pod in de tas stoppen, want hier is de muziek live en al even seventies. Krokant geïmproviseerde nummers van The Police, Marvin Gaye, Miles Davis.

Best dansable trouwens, gemengd schuifelen, rond 15 personen tel ik soms op het vloertje. Camera’s projecteren op de wand achter de bar het leven voor de bar in zevenvoud. Niemand hoeft zich hier te vervelen. Er is van alles te zien, te horen, te knabbelen, te nippen en te bebabbelen. Mijn oog valt op een Astrid Joosten zoals ze er in 1979 moet hebben uitgezien.

De band speelt een heerlijke lange set die ik helemaal uitluister. Een donkerbruine man, die wordt afgekondigd als "spirits" blaast de nummers vakkundig jazzy aan elkaar. Sopraan- en tenorsax kennen voor hem geen geheimen. Zijn kledingstijl citeert Malcolm-X, maar dan minder overtuigd van zichzelf en muzikaler. Het bier laat ik zitten trouwens.

De alcoholkosten bedragen € 3,50/cl. Twaalf keer zo duur als Bavaria 8.6 uit blik. Geen wonder dat je hier weinig clochards aantreft.

Voor herhaling vatbaar, dat Einekenbarretje.

Biercultuur


Bavaria staat bekend om zijn laffe, waterige bier zonder nasmaak. Perfect bier voor op straat, hier in Parijs.

In het segment zware bieren is Bavaria absoluut marktleider. Het marktaandeel is meer dan 10% en groeit. Doelgroep mannen, stadsbewoners, 24-49 jaar, die niet voor de smaak drinken. Bavaria is veruit favoriet bij de clochards, connaisseurs bij uitstek.

Om op gang te komen is Bavaria 8.6 (export) het geëigende middel. Dit bier belooft dronkenschap op korte termijn. Dat is wat de clochardwil aan het einde van de nacht. De start van een nieuwe dag is een moeilijke, confronterende fase. Om geagiteerdheid en neerslachtigheid tegen te gaan, kiest de vagebond voor straffe alcohol. Bavaria 8.6 *) is perfect ochtendbier, leverbaar in 50 cl blik of 65 cl fles. Bavaria 8.6 heeft een going price van rond € 4,45 per 4 blikken à 50 cl. Alcoholkosten € 0,28/cl.

Na een paar liter Bavaria 8.6 gaat de clochard over op een onderhoudsdosis Hollandia (brewed by Bavaria). Hollandia is een private label handelspilsener met 4,8% alcohol. Veel gekozen door mensen die totaal geen plezier meer in hun leven hebben, maar daar niet de hele dag mee bezig willen zijn. Als vervanger kan geopteerd worden voor Royal Dutch, wat hetzelfde effect tegen dezelfde kosten teweeg brengt. Hollandia doet ongeveer € 2,90 voor 4 blikken à 50 cl. Alcoholkosten circa € 0,29/cl.

Hollandia is een bier dat je alleen al voor de naam kiest. De mannen van de Duitse Biertest-online die meer dan 5000 bieren proefden, merken dan ook op: Nach Bavaria und Germania dachte sich sicherlich das Nachbarvölkchen eine eigene Marke aus - Hollandia. Also schon der Name hätte schon fast 15 Punkte verdient!

Het is dan ook geen toeval dat Parijzenaars bij begrippen als Hollande, Hollandais, Hollandia vooral denken aan snelle handel: discount kwaliteit, lelijk en / of goedkoop. Dat heeft met het te maken. Mede met dank aan Bavaria.

*) Speciaal voor de Franse markt is het alcoholpercentage verlaagd (7,9% en niet 8,6%) vanwege de Franse accijnsverhoging op zware bieren. Bavaria belooft 8.6 en levert 7.9.

12.2.06

Gokhoop

Achteloos werkt hij zijn zoveelste pilsje naar binnen. Het is half elf ’s ochtends. Met een zucht steekt hij een verse sigaret op. Hij zit alleen aan een tafeltje. Hij draagt een lichte spijkerbroek, met daaronder afgetrapte schoenen. Zijn halflange suède jas is vettig en gevlekt en hij heeft een mosterdkleurige sjaal omgeknoopt.

Hij zit net als alle vaste klanten niet voor de gezelligheid in deze Bar Tabac. Hij werkt aan een betere toekomst. Hij speelt Rapido. Om uit de problemen te raken, hoeft hij alleen maar de juiste vakjes op het Rapido formulier aan te kruisen. Ook na zijn tiende pilsje lukt hem dat nog wel.

Dankzij Rapido zijn alcoholverslaving en gokzucht goed te combineren.

Tussen 5 uur ’s morgens en middernacht biedt Rapido iedere 5 minuten kansen op een zorgenvrij bestaan. La Française des Jeux, uitbater van Rapido en krasloten, heeft rond 39.000 verkooppunten. Twee maal zoveel als La Poste postkantoren heeft. Rond 35 miljard gaat er in het krassen en kruisjes zetten om. De Franse overheid haalt er een kleine 10% van z’n inkomstenbelasting mee op.

Hij neemt een maagdelijk Rapido formulier uit het plexiglazen bakje op zijn tafeltje. Hij aarzelt, drukt zijn peuk uit in de overvolle asbak, pakt een balpen en zet gedecideerd zijn kruisjes. Zijn vaste rijtje geluksnummers?

Hij pakt zijn glas, staat op, wankelt naar de bar. Hij geeft zijn formulier aan de barman. Ooit speelde hij om te winnen, nu nog om te hopen. Maar als ik hem zo zie staan daar bij de bar, met een halfleeg bierglas, temidden van suikerzakjes, sigarettenfilters, gokformulieren en proppen papier is het hoop tegen beter weten in.

10.2.06

Vindersloon


De parkeerboete vond ik gisteren op straat. Pal voor mijn voordeur. De boete lag er al even aan de datum en het uiterlijk te zien. Op zich is zo’n vertrapte parkeerbon niks bijzonders. Parijzenaars gooien ze massaal in de goot.

Een boete kost je slechts € 11. Binnen 45 dagen te betalen, anders wordt het bedrag € 33. In theorie dan. De praktijk leert dat de politie er nauwelijks werk van maakt. Geen parkeergeld betalen en je boetes wegsmijten loont de moeite.

Ik weet als eerlijke vinder van de boete dat de eigenaar in een Mercedes A170 rondrijdt, met een kenteken beginnend met 303 nog wat. Dat staat allemaal op het formulier. Toeval of niet, Meneer M. die kortgeleden hier het zolderappartement heeft betrokken, heeft zo’n Mercedes, kenteken 303 nog wat.

Meneer M. is een ambitieus mens: strakke coiffure, lange zwarte jas, modisch schoeisel, tegelring en een zeer voorname functie bij de Franse Staat. Iemand die zijn entree hier kracht bijzette met een welluidende brief. Waarin hij schreef blij te zijn om een appartement te betrekken in een immeuble de bon standing, in een oase van wellevendheid waar normen en waarden regeren en het koper blinkt.

Zo’n type. Ik was ook blij voor hem.

Gisterenavond rond 8 uur klom ik met de boete in de hand de trappen op naar de 5e etage en belde aan bij het appartement van Meneer M. Plink… plonk. Na wat gestommel zwaait de deur open. Meneer M. zelf. Een witte handdoek om de nek, z’n halve gezicht onder het scheerschuim.

“Oui…” klinkt het terughoudend.
“Goedenavond… het spijt me...”
“O, niet erg…”
“Deze bon vond ik voor onze deur. U rijdt toch een Mercedes 170?”
Meneer M. knijpt zijn ogen toe. Dan ziet hij het vodje in mijn hand. Hij lacht schaapachtig.
“Bof, niet de moeite” zegt hij en trekt zijn wenkbrauwen onnatuurlijk hoog op.
“Toch” hou ik vol “een boete van €11.”
“Nee, echt, niet nodig” en hij maakt nu een afwerend gebaar.
“Oprecht geen probleem” zeg ik opgewekt.
Meneer M. hapt naar adem.
“Als u niet op tijd betaalt, wordt het bedrag verhoogd!”
“O zo…”
“Naar € 33” zeg ik “de amende forfaitaire majorée” en ik wijs op het formulier en lees hem de tekst nog eens hardop voor “amende forfaitaire majorée”.
“Ik begrijp het” antwoordt meneer M.
“Dat scheelt toch al snel € 22…” en ik druk hem het formulier in handen.
Meneer M. aarzelt, werpt een lege blik op de boete.
“Goed” zeg ik “ik hou u niet langer op, je vous laisse, bonne soirée” en draai me om. Halverwege de trap naar de vierde etage, hoor ik hoe achter me Meneer M. zijn deur zorgvuldig op slot draait.

4.2.06

Perron Angst


In de verte prikt een straatlantaarn een gat in de nacht. Reptielachtig loeren voertuigen tussen laag struikgewas. Niemand op straat. Drong het nieuws dat de noodtoestand werd opgeheven, hier nog niet door?

Teruglopend naar mijn trein passeer ik twee jongens in painted denim en zwarte camouflagejassen. Vanonder hoodies kijken ze me schichtig aan. Ik ken deze jongens niet, zij mij evenmin. Wie vreest wie? Stilte maakt dat ik me bespied voel, vanavond in de buitenwijk. Zeker, ik ben onderweg. Ik hoef niet verdacht rond te hangen. Ik heb een doel. Maar ik woon hier niet, werk hier niet. Ik hoor hier niet.

Wat heb ik hier te zoeken?

De ingang van het station wenkt als een gat in de heg. Stroomverslindend licht is de hal waar ik dwars doorheen loop. Weer buiten ga ik een trap af naar het tunneltje. Spoor vier moet ik hebben. Mijn ontsnappingsroute naar Parijs.

Kwamen de autoriteiten hier kortgeleden op bezoek? Het tunneltje is opzichtig opgeschilderd, maar een verse signatuur uit de spuitbus vertelt dat de ruimte alweer werd opgeëist. OTS... lees ik dat goed? Ja, ene OTS heeft zijn territorium alweer gemarkeerd. Ik verlaat het tunneltje en kom op een schemerig perron. Niemand zo te zien. Bijna negen uur. De trein naar huis komt over een paar minuten. Op een ijskoud bankje wacht ik af.

Opeens twee jongens op het perron. Theatraal bling bling. Hoorbaar uitgerust met oorpluggen. Een paar meter verderop gaan ze zitten, gezellig knikkebollend in hun rap verzonken. Een oudere heer wandelt het perron op. Luchtig gekleed voor de tijd van het jaar en gelet op zijn tropische uiterlijk. Terwijl hij komt aanlopen, rolt de vuile dubbeldekker het station binnen.

De oudere heer kende de dienstregeling blijkbaar uit zijn hoofd.

Ik sta op als de trein snel vaart mindert en kijk naar binnen. Zo op het eerste oog niet veel volk vanavond. Eens zien of ik een rustig plekje kan vinden…

2.2.06

Malle Pietje

Lakshmi Mittal is de rijkste niet-Amerikaan en de onbetwiste multimiljardair met stip. Spreekt keurig Engels, Indiase achtergrond, groot geworden in metalen. Uiterst succesvol bedrijvendokter, die met zijn keten van schrootsmelterijen bakken geld verdient. Treedt niet onnodig in de publiciteit en bezoekt in zijn vrije tijd graag een staalfabriek.

Carnegie uit Calcutta schreef The Economist.

De ongekroonde koning van kolen en staal behoort tot de grootste werkverschaffers ter wereld: hij heeft 220.000 medewerkers op de payroll. Deze week maakte Mittal bekend zijn grootste concurrent Arcelor op te willen kopen. Europees kampioen staalwalsen Arcelor hoeft niet veel te kosten. Het prachtige, krachtige Franse staal wordt met moeite aan de man gebracht.

Beleggers geloven niet in Arcelor. Mittal wel: een slordige 20 miljard wil hij ophoesten voor zijn kwakkelende concurrent.

De Franse staalboeren – les sidérurgistes - van Arcelor zijn ziedend. Als ik de kranten mag geloven wordt de aanstaande overname door Mittal als een vernedering ervaren. Stel je voor, zijn zoon doet de financiën (volgens Arcelor President Dollé), hij heeft niet eens een ondernemingsplan (volgens Minister van Economie Breton). De toekomstige grootaandeelhouder van Arcelor wordt bij voorbaat als Malle Pietje weggezet. Onbestaanbaar dat Arcelor in handen valt van een Indiase familie met een lompen-en-metalen-aureool. Geen Indiase toestanden in Frankrijk.

Frankrijk voert een verloren strijd. Het oude Europa heeft afgedaan. De tijd van structuurbeleid, sector subsidies en import heffingen is geweest. En India is niet uitsluitend een dump voor asbestafval. Dat Mittalstaal is trouwens picobello. We hebben er alleen nog te weinig van in huis. Ik geef een voorbeeld. Mijn edelstalen gasaansteker met piëzo-elektrisch element. Tadellos keukengereedschap. Op het oog iets tussen een momentsleutel en een bandenspanningsmeter in. Een paar jaar geleden in Pune (Poona zeiden de Oude Hippies) op de kop getikt, voor de prijs van een paar dozen lucifers. Een puike vervanger van de Moulinex, die het binnen twee jaar al weer voor gezien hield.

Nee, die sidérurgistes van Arcelor gaan nog een mooie toekomst tegemoet met Mittal & Zoon als je het mij vraagt.

30.1.06

Vrij kamperen in de binnenstad


Eerder schreef ik over de tenten waarin sommige daklozen van Parijs sinds 21 december bivakkeren (Winterbivak). De tentenactie is bedoeld om aandacht te vragen voor het gebrek aan structurele opvang van de duizenden stadsnomaden van Parijs. Een officiële reactie van de kant van de stadsbestuurders bleef uit. Dat hoefde ook niet, want de vorst zette niet door.

Afgelopen week inventariseerde de linkse krant Libération de meningen van een paar bestuurders. “Je moet wel een hart van steen hebben, wanneer je niet geraakt wordt door de tenten.” zegt Jean-Pierre Lecoq, burgemeester van het 6e arrondissement. Hij heeft gelijk: er wordt veel over de tenten gepraat.

Philippe Goujon, wethouder en president van de conservatieve UMP Parijs zegt: “Het is voor het eerst te zien op de openbare weg. Daarom shockeert het. Toch zou het beeld van daklozen zonder beschutting veel meer moeten shockeren.” Een reactie die de essentie raakt van het daklozen vraagstuk. Parijzenaars en hun bestuurders hebben geleerd de daklozen te ontkennen. Er overheen kijken om er niet door te worden geraakt.

Deels heeft deze ontkenning te maken met een vorm van zelfbescherming. Pierre Catagnou, burgemeester van het 14e arrondissement zegt: “De daklozen roepen een gevoel van onzekerheid op dat niet aansluit bij de beleving van de werkelijkheid. Veel buurtbewoners hebben iets van: l’enfer c’est les autres, de hel dat zijn de anderen, dus die armoede is een zaak van anderen.”

Niet iedereen heeft begrip voor de reactie van buurbewoners. Jean-Yves Mano, wethouder huisvesting van Parijs zegt: “Ik begrijp niet goed hoe de buurtbewoners meer geschokt kunnen zijn door een tent op het trottoir dan door zichtbare armoede in de open lucht. De enige verklaring die ik kan vinden is dat de misère van mensen steeds normaler schijnt te worden.”

Wat is normaal? Zwervers behoren sinds jaar en dag tot het genormaliseerde Parijse straatbeeld. De daklozen van de hoofdstad lossen op in de achtergrondruis van de metropool, het testbeeld van de straathoek. Als je ze niet wilt zien, zap je zodra je een dakloze in beeld krijgt eenvoudig naar een ander kanaal, naar een andere realiteit.

Nietsche stelde dat je twee ogen nodig hebt om iets helemaal te zien: een oog van liefde en een oog van haat. Het cliché van een bestaan op de stoep, is door de tenten in een indringend surrealistisch tafereel veranderd: vrij kamperen op de Parijse trottoirs. Vreemd gezicht niet? Wat vind je daar eigenlijk van?

29.1.06

Over Parijse autobranden geen nieuws

Parijse autobranden zijn uit de media. Is dit bewust beleid?

Kijkcijferzender TF1 meldde op 1 januari dat oudejaarsnacht kalmpjes was verlopen. Ter geruststelling kregen miljoenen kijkers optimistische beelden voorgeschoteld. Zeshonderdduizend feestvierders, gewapend met champagneflessen, op de Champs-Elysées. Bonne année.

Wat heerlijk toch, om met een schone lei te kunnen beginnen.

Later bleek dat in de oudejaarsnacht 30% meer auto’s in de brand waren gestoken dan het jaar er voor: 425. De balans over 2005: 45.588 auto’s en 6.996 staatseigendommen gingen in vlammen op. Totaal dus 52.584 brandstichtingen. Ruim 1000 per week.

Desondanks feliciteert de verantwoordelijke Minister zichzelf een paar dagen later met de criminaliteitscijfers. Want op een paar ondergeschikte puntjes werd een statistisch waarneembare vooruitgang geboekt. Zo daalde het aantal boetes voor verkeersovertredingen. La Police had de handen vol aan andere dingen.

Op dit moment is het aantal autobranden teruggezakt naar een kleine honderd per nacht. Het betekent dat elke avond rond etenstijd de eerste autovuren alweer knapperen. Voorzichtig schuiven omwonenden de gordijnen opzij. Hoor… daar heb je de politie… de brandweer zal zo ook wel komen.

Op de televisie heeft de verantwoordelijke Minister zichzelf vastgepind op zijn target voor 2006. De criminaliteit wordt wat hem betreft met 3% teruggedrongen. Dat zijn al snel drie brandende auto’s per nacht minder. Het moet een enorme geruststelling zijn voor inwoners van gevoelige wijken.

28.1.06

Hoax. Chirac aan de telefoon?

Het imago van de Franse President wordt met ijzeren hand bewaakt. Wie grappen probeert uit te halen, wordt op het matje geroepen.

Zo ging een namaak weblog van Jacques Chirac (http://www.jacqueschirac.org/) snel uit de lucht. Een kort briefje namens Chirac was voldoende om de bedenkers van het weblog het zwijgen op te leggen:

‘L’humour dont vous faites preuve, est certes plaisant, mais la liberté que vous avez pu prendre a l’égard du chef de l’Etat ces dernières semaines nous conduisent à vous demander de cesser immédiatement vous activités.’

Het briefje is te lezen op de site. Zo gaat dat in Frankrijk. Spotten met een President van de Republiek mag zolang die President er zelf om kan lachen. Satire zolang de sire het behaagt. Of was het briefje fake?

Afgelopen vrijdag was er die nieuwe grap. Canadese radiomakers van CKOI 96,9 FM die zich Les Justiciers Masqués noemen, de Gemaskerde Wrekers, belden Chirac. Ze gaven zich uit voor de neoconservatieve Canadese Premier Stephen Harper, winnaar van de onlangs gehouden verkiezingen.

BBC News bericht over de grap. Chirac reageerde volgens BBC uitermate sportief. Toen de grap werd onthuld, barstte Chirac in lachen uit en sloot volgens BBC af met de woorden: "Oh right, I understand. In any case, please know that my friendship for Canada and the new Conservative government is a real and unequivocal friendship."

Het mooie van een goede hoax is dat je nooit zeker weet wie er genept wordt. Iedereen kan wel zeggen dat hij Jacques Chirac heet.

Toevoeging 30/1/06 (KD) Chirac heeft inmiddels bevestigd slachtoffer te zijn geweest van de Canadese grappenmakers.

17.1.06

De Nespressoclub

Regelmatig bezoek ik een Nespressoclub bij mij in de buurt om de koffievoorraad aan te vullen. Ook afgelopen zaterdag was het gezellig druk op de club. Die koffies gaan toch altijd harder dan je denkt, zeker met de feestdagen. Geduldig sluit ik achter in de rij aan.

Vreemd eigenlijk.

Ik hou van koffie, maar bij die Nespressoclub had ik zo mijn bedenkingen. Ik ben namelijk helemaal geen club mens. Nadat ik de Nespresso machines had gezien, werd ik helemaal sceptisch. Prettig ogende apparaten, dat wel, maar te goedkoop. En ook te makkelijk in gebruik om een lekkere espresso mee te maken. En dan die voorgeladen koffiecapsules, in twaalf smaken, da’s toch minder aansprekend dan zelf versgebrande bonen malen…

Nespresso, is dat iets van vernieuwde Nescafé ofzo?

Thuis lekkere espresso maken is geen sinecure. Het vereist een mentaliteit die past bij de slow food benadering. Of zoals een bevriende koffiegenieter me mailde: “Inmiddels begin ik het redelijk onder de knie te krijgen. De ideale maalstand voor de koffie van de branderij hier uit het dorp gevonden. En nu is het de kunst om 14 mg eerst met een gewicht van zo'n 25 kg aan te drukken en dan in precies 28 seconden door het piston heen te jassen voor een perfecte dubbele espresso.”

Over smaak valt te twisten, maar Nespresso smaakt.

Wie met zijn semi-professionele hogedrukmachine-voor-op-het-aanrecht de Nespressosmaak shot na shot overtreft, is een knappe jongen. Want om een ware maestro dell'espresso te worden, is toewijding nodig. En oefening, heel veel oefening, die aan veel koffieliefhebbers niet is besteed. Zo’n Nespresso is het overwegen waard voor afgehaakte espressomachinisten, lijkt me. Maar ook Senseo spijtoptanten en andere gemaksmensen doen er thuis of op het werk hun voordeel mee. Geen surrogaat, maar twaalf smaken die dicht in de buurt komen van met meesterlijke hand bereide out-of-home koffie.

Ik ben dus helemaal òm, zoals dat heet. Hoe drinkt u uw koffie het liefst?


11.1.06

Koopinstincten

Vroege vogels zijn de Parijzenaars niet, maar vandaag is er rond de klok van acht al heel wat leven op straat. Vandaag woensdag 11 januari is dag één van de grote graaimarathon, met openingstijden vanaf 8 uur in de ochtend tot laat. Alles mag weg, voor geen geld.

100% S O L D E S


Frankrijk kent nog een echte ouderwetse wettelijk gereguleerde uitverkoop. Dat heeft zijn voordelen voor de handel. Vanaf vandaag worden alle kopers opgenomen in een soort wave van hebberigheid. Sla nu uw slag zolang de voorraad strekt: wees geen dief van uw eigen portemonnee.

-30% -40% -50%

Een paar minuten over acht uur sta ik binnen bij Printemps Homme tussen de graaibakken met merkoverhemden. Gretig koperspubliek vergelijkt geconcentreerd maten, stoffen, snit en dessins. Op geld hoeft niemand meer te letten, want de prijzen zijn verlaagd.

S O L D I S S I M E

Kopen is werken. In de loop van de ochtend zie ik consumenten met steeds zwaardere lasten door de straten zeulen. Rond 11 uur ontdek ik een koper die 8 verschillende tassen aan de armen heeft hangen en ondertussen nog in staat is telefonisch verslag uit te brengen van de vorderingen.

C ' E S T L E M O M E N T D ’ A C H E T E R

Actueel koopinstinct voert terug op driften uit de Kalaharitijd. Als ontwortelde jagers-verzamelaars tonen we onze hunkering naar de droomtijd. Materieel gebrek kennen we niet meer, maar daar is sociaal gebrek en armoede voor in de plaats gekomen.

H O R A I R E S E X C E P T I O N N E L S 8h – 22h

Het besef dat we rondlopen in een wereld van werkelijke, tastbare overvloed ging verloren. We laven ons aan merkartikelen, aan symbolen van overvloed. Grote merken voor kleine prijzen. Hoe kon zoiets eigenlijk gebeuren?


Ongehoorzaam

Gisteren kreeg ik een lift naar huis aangeboden. Nadat we in de auto zijn gestapt, hoor ik naast me een hartgrondige vloek. Mijn chauffeur stapt weer uit en trekt een langwerpig formulier onder de ruitenwisser vandaan. Een parkeerboete, binnen 45 dagen te betalen, putain… merde!

Van alle rotzooi die een Parijse autobezitter onder zijn ruitenwissers aantreft, wordt 99% ongezien weggegooid. Dat deze praktijk ook toegepast wordt op parkeerboetes, zoals veel mensen mij verzekeren, wilde ik nooit geloven. Totdat ik hoorde dat De Groenen in de Parijse gemeenteraad tegen de gemeentelijke subsidie van € 600.000.000 aan de Préfecture de Police hebben gestemd. De reden voor de tegenstem: de Groenen willen dat de politie werk maakt van de inning van € 200.000.000 aan parkeerboetes die jaarlijks niet worden betaald. Geld dat bestemd is voor verkeer, vervoer, infrastructuur en ander beleid om de stad leefbaar te houden.

De Parijse politie houdt er een puike administratie op na. Vorig jaar werden 5.970.133 parkeerbonnen uitgeschreven. Met het incasseren van de bonnen, waar diezelfde politie voor verantwoordelijk is, wil het niet echt vlotten. Driekwart, een kleine 4.500.000 boetes dus, wordt niet betaald. In Parijs moet voor een incassobureau met Europese ambities goud geld te verdienen zijn.

De Parijse politie is niet je beste vriend, maar waarom laat ze zich afschepen, als het op betaling van boetes aankomt? Gemakzucht? Onvermogen? Of misschien burgerlijke ongehoorzaamheid van de kant van de politie? Wordt het tijd voor een prestatiecontract?

Wat ga je met de boete doen, vraag ik mijn liftgever. Bof, eerst afwachten of er een herinnering komt. Zoniet dan gaat de bon bij het oude papier. Niet iets om je druk over te maken. Je bent als foutparkeerder pas echt zuur als de politie de Amsterdamse methode toepast.

De Amsterdamse methode? Ja, de wielklem, le joli sabot d'immobilisation jaune!


30.12.05

Winterbivak

Gilles die niet met zijn echte naam in de krant wil, heeft geen last van de kou. Wel van kiespijn. En Gilles heeft last van motorische tics, maar daar zit hij helemaal niet mee. Met de kou valt nog te leven, met kiespijn nauwelijks. Kort voor de kerstdagen begonnen zijn gebitsresten op te spelen.

Gilles houdt bivak in de open lucht. Met een paar maten heeft hij een vaste stek voor zijn outdoor activiteiten gevonden. Langs een drukke straat, een uitvalsweg uit de stad. Sinds een paar dagen heeft hij de open lucht verruild voor tenten. Beschikbaar gesteld door Médecins du Monde, één van de humanitaire organisaties die zich met de daklozen van de stad bemoeit.

Gilles heeft sinds kort ook een gloednieuwe jas. Dat de jas nieuw is, herken je aan de geur en de kleur. De geur is neutraal, de kleur overtuigend geel. Door de sportieve gele jas van Gilles en de tenten zou je bijna gaan geloven dat hij bezig is met een of andere recordpoging. Iets met het Guinness Book of Records ofzo. Dat hij een sponsor vond, die hem van materiaal voorzag, in ruil voor wat publiciteit. Maar zo is het niet. Gilles heeft geen sponsor. Gilles is niet bezig één of ander record te breken. Gilles heeft alleen Médecins du Monde, die met de tenten protesteert tegen het huisvestingsbeleid van de stad Parijs.

Het is opgehouden met sneeuwen en begint te ijzelen. Gilles kruipt uit de tent, komt overeind, ritst zijn jas dicht. Even een boodschap doen, iets halen tegen de kiespijn en de kou en het huisvestingsbeleid van de stad Parijs. Nadat hij zich heeft omgedraaid, maak ik een foto. Wat een miserabel bestaan, denk ik, en loop huiverend door de natte sneeuw terug naar huis. Die kou, en dan ook nog die kiespijn.


28.12.05

Kompasnaald van de vooruitgang

Vanavond de Arc de Triomphe beklommen. Een van de weinige Parijse uitzichtpunten waar je geheel op eigen kracht boven het Hausmanniaans maaiveld uitstijgt. Heerlijk wentelklimmen, wel vijftig meter hoog, volop uitpufplekken. Krijg je de kans? Do it!

Eenmaal op de Arc zie ik beneden mij taai stromend verkeer. Place de l’Etoile, pardon Place Charles de Gaulle, is een rotonde, een giratoire, voor de sier. Een toonbeeld van inefficiëntie, ontworpen door iemand zonder rijbewijs, wordt gezegd. Ik geloof het onmiddellijk. Volkomen ongeschikt voor autoverkeer, maar het oog wil ook wat. Voordeel is wel dat je er zonder problemen fietsend doorheen laveert.

Het uitzicht over de stad is elektrificerend. Boven mij een laaghangend wolkendek dat mooi vanuit de stad wordt aangelicht. De Eiffeltoren domineert de skyline van Parijs. Wat kan je over die toren opmerken? Wat kan je zeggen, wat nog niet is gezegd? Vooruitgang is niet altijd leuk. Toen ijzerconstructeur Gustav Eiffel zijn plan voor een toren openbaarde, protesteerde de Parijse culturele voorhoede luidruchtig. Schrijvers, schilders, beeldhouwers en architecten wezen het voorstel om een ijzeren triomfboog te bouwen om artistieke redenen af. Ze vonden de kille, naakte, constructiekunst niet zo mooi. Vorm, techniek en industriële productie boezemde angst in.

Ondanks de protesten kwam de kompasnaald van de vooruitgang er toch. Iets meer dan twee jaar had Eiffel nodig om zijn toren voor de Expo Universelle 1889 in elkaar te laten klinken. Op dit moment toont Tate Modern (London) een overzicht van het werk van Henri (Le Douanier) Rousseau. Deze heroïsch individualist schildert in 1890 een opmerkelijk zelfportret. De onbeholpen, gekunstelde kunstenaar, in een urbaan landschap. De schilder heeft zich omringd met tekens van de moderne grootstad, waaronder de Eiffeltoren. Het schilderij ademt de sfeer van een kinderfeestje.

Zag Rousseau iets dat bij de gevestigde elite op weerstand stuitte? Portretteerde Rousseau modern zelfbewustzijn? Vanaf 16/3 is Jungles Urbaines van Rousseau te zien in het Grand Palais. Noteer in je agenda!


27.12.05

De Pinguïnmonoloog

Geen wonder dat de film La marche de l'Empereur (Luc Jacquet) wereldwijd een doorslaand succes is geworden. Het prachtverhaal van de keizerspinguïn gaat over moed en overgave, over nesteldrang in de geborgenheid van de poolnacht, over cocoonen in de vrieskelders van de planeet. Over de flippervogel die dagenlang door een knisperend continent waggelt om plaats te nemen op het landijs van de arctische legbatterij.

Een klassieke illustratie van de struggle for survival.

Een documentaire zal ik de film van Luc Jacquet nooit noemen, want ik heb niet eerder een pinguïn horen praten, zoals in zijn film wel gebeurt. De film is van alles wat. Een animatie op basis van natuuropnamen, een hoorspel met beelden, een tekenfilm met echte dieren. Met eenvoudige effecten slagen de makers er in om je helemaal in het verhaal te trekken. Alles staat in dienst van dat streven. De belangrijkste effecten zijn: magistraal björkerisch sounddesign (Émilie Simon) inclusief hoorspelelementen, de rijke bewustzijnsstroom van de pinguïn en drie ontroerende stemanimaties van de pinguïnmonologen.

De film van Jacquet is een filmisch sprookje dat vooral door de stemmetjes een Disneyachtige interpretatie van de natuur biedt. Met zeer veel vakmanschap gemaakt, waardoor je wordt meegevoerd door pakijs en sneeuwstormen. De film is ook de volmaakte commercial om de corporate identity van Antarctica te ondersteunen. Beelden, sound en stemmen zijn prachtig georkestreerd. Het levert een cinematografisch kunststuk op - in de originele Franse versie.

Nederlandstalige kijkers vissen achter het net. Want zij krijgen een andere versie voorgeschoteld.

De film ging vlak voor Kerst in Nederlandse première. In een poging een grote naam aan het affiche toe te voegen, werd Urbanus gestrikt als Nederlandstalige commentator. De verklarende verteller slaat de film morsdood. Omineus debiterend kwaakt Urbanus de filmbeelden aan elkaar. Getverpielekes. Zijn commentaar maakt het epos tot een karikatuur, tot onverteerbare slapstick. De keizerspinguïn met zijn krassende nagels op het ijs krijgt iets grotesks. Bruut ingrijpen door een filmdistributeur met flopangst veranderde het kunststuk in een praalwagen - komt dat zien - met een tractor er voor.

Flopangst is een slechte raadgever. Jammer.


23.12.05

Groot Nieuws

De Paus van Rome heeft de opdracht ons van tijd tot tijd vermanend toe te spreken. Niet dat hij dat zo leuk vindt, maar die Pflicht ruft. Papst Ratzinger riep op tot soberheid. Een simpele kerststal volstaat om de kerstgedachte over te brengen. Jezus was ook maar een gewone jongen.

Wat zei der Papst precies?

Nell’odierna società dei consumi – ha detto - questo periodo subisce purtroppo una sorta di inquinamento commerciale, che rischia di alterarne l’autentico spirito, caratterizzato dal raccoglimento, dalla sobrietà, da una gioia non esteriore ma intima.


Laat de commercie de ware geest niet uitdrijven. De kerstvermaning van de Paus belandde tussen de dennenbomen. Niet in de laatste plaats omdat de Paus er voor kiest om in het Italiaans met zijn schapen te communiceren. Waarom ook niet? Uiteindelijk is hij bisschop van Rome en Italiaans is een mooie taal.


Ik vrees dat Ratzingers oproep tot soberheid geen doel treft. Als propagandist van de eenvoud wordt hij hinderlijk voor de voeten gelopen door Santaclaus. Onder de impulsen van deze kapsoneslijder is Kerstmis meer een moment van incasseren, dan van delen geworden.

Vandaag kwam de Heilige Vader opnieuw in het nieuws omdat hij verkleed als Santaclaus op het Sint Pietersplein werd gesignaleerd. Het was loos alarm. Zijn met wit bont gevoerde fluwelen kerstmuts bleek bij navraag geen Santaclausmuts maar de zogenaamde camauro te zijn. Officieel erkend onderdeel van de Pauselijke kledinglijn voor meer plechtige momenten.


Het gaat de goede kant op met de Paus. Niet alleen is hij zeer geliefd bij de Romeinen, ook ontpopt hij zich tot iemand die met zijn tijd meekan, tot een ware fashionista. Eerder werd hij betrapt op vuurrode instappers van Prada en een zonnebril van Gucci. Volgens zijn lijfopticiens Gladio and Walter Colantoni, die Papa Ratzinger al ruim twintig jaar brillendienst verlenen, is de Gucci waarschijnlijk een cadeau.


Dat is groot nieuws voor Santaclaus. De zonnebril is een cadeau en dat mag dus best een Gucci zijn, in plaats van een basisbril van de HEMA.


22.12.05

Koopjesjapanners

Om de lunchdip nuttig te besteden, slenter ik vaak wat over de boomverlichte Elysées. Op decembermiddagen is het daar een feeëriek festival van flaneurs en andere feestneuzen. Ik kom er graag.

Gisterenmiddag, net voorbij Toyota, werd ik aangeklampt door een deftige Japanse heer. Of ik met hem naar de Louis Vuitton wilde. Leuk, met een Japanner naar Vuitton. Zonder aarzelen stemde ik in. How nice!

Zoals gebruikelijk staat er een rij voor de winkel. Terwijl we aansluiten, steekt mijn Japanner van wal over de prijzen van Vuitton die in Tokyo 30-40% hoger liggen dan hier in Parijs. Ik knik de man bemoedigend toe. Hij oogt degelijk Japans, uitgestreken kapsel, keurige das. Vuitton in Parijs kopen loont volgens hem de moeite. Yes, I understand, zeg ik. Helaas hanteert Vuitton een quotum, drie taxfree aankopen per klant, vervolgt mijn gastheer. That’s not too much, beaam ik. Vandaar zijn uitnodiging aan mij. Ik stel hem gerust, ik had het al begrepen: no problemo, my quotum is yours. We schuifelen ondertussen wat meters op, na een kwartier staan we binnen, nog een kwartier wachten op de persoonlijke inkoopassistent, daarna gaat het vlot. Mijn Japanner heeft de collectie globaal in zijn hoofd. Na een paar gerichte aankopen staan we binnen het uur weer buiten, hij beide handen vol Vuitton.

Of ik nog zin heb om iets te drinken? Met een blik op mijn horloge weiger ik beslist. Als vrienden voor het leven nemen we afscheid. Mijn middag kan niet meer stuk. Onbetaalbaar was het om te zien hoe mijn Japanner enkele maandsalarissen bij Vuitton spendeerde. Omdat het zo goedkoop is.

Vandaag besloot ik na een nogal gulle lunch eerst wat door te waaien op de Elysées. Peinzend zakte ik vanaf Publicis de vrolijke avenue af, tot een Japans stelletje me aansprak. Keurig nette mensen. Of ik zin had even binnen te lopen bij Louis Vuitton…


16.12.05

This is no place for an hombre like I am

Met circa 380 bioscoopdoeken heeft de filmfan in Parijs die Qual der Wahl. Mijn keuze: Grizzly Man van Werner Herzog. Een film over Berenman Timothy (1957-2003), een dolende ziel die gewapend met camera zichzelf portretteert in Watervliegtuigland (Alaska) het werkterrein van de Ursus arctos horribilis. Totdat hij wordt verzwolgen door een van zijn geliefde beren.

Tragisch?

"Timothy dying of an overdose in a back alley would be a tragedy," zegt natuurbeschermer Paul Watson. "He lived the life he chose to live, and died in the process, doing the very thing that gave his life meaning. The tragedy here is that two bears were shot and killed because of his actions. That's how he would have looked at it, and it would have broken his heart."

Werner Herzog gaat tijdens zijn accident investigation stevig in debat met de dode. In gepatenteerd Bayernenglisch voorziet hij de video-opnamen van Berenman van schurend commentaar. Met zijn roestvrijstalen droogtrommelstem ontregelt hij de valse idylle die Berenman met zijn handycam probeert neer te zetten.

Bestond er al een Oscar voor de film met het meest poëtische slot?

Tegen het eind van de film bevrijdt Werner Herzog zijn publiek uit Berenmans labyrint. De onverwoestbare De Havilland Beaver van piloot Willy Fulton voert ons weg van de slachtscène bij het magnetische noorden. Hoog boven de boreale bush rolt Fulton zijn fideel roffelende floater geroutineerd in een zijdezachte bocht. We kijken nog één keer uit over Grizzlyland, waar Fulton de berenfluisteraar kwam oppikken, maar slechts diens afgevreten arm terugvond. Intussen heeft piloot Fulton een gezellig muziekje opgezet. Coyotes - van Don Edwards. Een knoestige cowboyballad met snoerloze gitaar en coyote yip. Terwijl we naar Don Edwards’ song over de ontheemde cowboy luisteren - this is no place for an hombre like I am - zien we hoe piloot Fulton zacht zit mee te yippen: whoeoe– yip–- whoeoe– yip–- whoeoe.

Van Berenman tot Berenhap. Een traag, integer document over verlies en vervreemding - must see.


Bestemming Toyota

Een afgezakte broek op wielen, maar wel een om aan verknocht te raken. Voor Toyota, makers van matig uitziende karren, koesterde ik altijd grote sympathie. Geen aanstelleritis maar 100% probate techniek in onvervalst penopauze design. Het zou mij zwaar tegenvallen wanneer onverbeterlijke optimisten als Ivo de Wijs, Kees Jansma en Martin Gaus niet in een Toyota ronddweilen. Met gladde vormgeving meer auto’s proberen te verkopen dan waar je recht op hebt, vonden ze bij Toyota not-done.

Vonden.

Toyota verandert. Met de Yaris lanceerde Toyota al een model dat even mooi (maar beter) was dan modellen van Europese mededingers. Met de Prius voelde Toyota de behoeften van de geradicaliseerde eco-consument perfect aan - een elektrische kadett om asobaklijers een lesje te leren en nog bloedsnel op de eerste meters ook. Aygo (by Toyota) gaat nog een stap verder. Aygo is een funky kar om te flirten in de file. Een image pusher waarmee je vanuit Parijs voor weinig freebees aller-et-retour de Amsterdamse scene verkent, Smartachtige parkeerfaciliteiten binnen handbereik.

De ware Toyotard zal zich er niet meer in herkennen.

Door mee te doen aan de Formule 1 racerij maakt Toyota een gebaar naar haar stamrijders. F1 is de moeder van alle sporten, belangrijker nog dan hengelen of klaverjassen. Toyota wil met haar aanwezigheid in de F1 iets terugdoen voor de traditionele achterban.

Meer weten?

Le Rendez Vous Toyota aan de Champs-Elysées nodigt u uit voor een uitgebreide proefrit in de Toyota F1 simulator. Hoewel… de simulator is meer een destructor. Zelfs halfgas pikken de gelegenheidscoureurs voortdurend grintbakjes mee, of testen de soliditeit van de vangrail. Ook ik kan u zeggen: het viel niet mee. Die F1 op de Champs-Elysées stuurt toch even anders dan een Carina of Corolla. Mijn rondetijden zouden bij het langebaanschaatsen niet hebben misstaan.


9.12.05

Delen wat je kunt missen

We woonden alle twee ooit in het noorden van Togo. Sinds we dat van elkaar weten, hebben we al stevig aangepapt. Voor Parijse begrippen dan, een zekere afstand hou je.

Hij is een heer van gemengde afkomst. Als geboren Ghanees en getogen Togolees spreekt hij vrolijk Engels èn Frans. Hij maakt een internationaal beursgenoteerd bedrijf schoon. In de vroege ochtend arriveert hij op zijn Mobylette om gehuld in stofjas medewerkers en klanten een opgeruimde ontvangst te bereiden.

Ik begreep dat hij afgelopen week, zoals veel andere leden van de Afrikaanse diaspora, bij het geldkantoor was om zijn spaarcenten te versturen. Dat hij daarna belde met het thuisfront om een bericht achter te laten: I Made You Money. Zodat zijn moeder weet dat ze zich in haar mooiste batik kan wikkelen, om net als veel andere moeders haar lokale geldkantoor op te zoeken.

Ik moest aan hem denken bij de beelden van President Chirac op de Afrikaans-Franse top in Bamako (Mali). Onder de apebroodboom liet Chirac zich nog eens hardnekkig toejuichen. Als een zwalkende hulpsinterklaas zwaaide hij met zijn armen, om de mensen van Bamako te benadrukken dat hij opnieuw met lege handen was gekomen. Sneu eigenlijk, want het is de laatste jaren geen vetpot in Bamako en omstreken.

Niet langer speelt Frankrijk de Grand Frère en Bromsnor van Afrika. Na een dominante aanwezigheid van ruim een eeuw is ze bezig haar handen langzaam van het continent af te trekken. Intussen veranderde Afrika van de wieg der mensheid in een aardappelkuil van beschaving.

De verandering kwam niet als een overval, als aardbeving, vloedgolf of orkaan.
De verandering kwam als een zwaluw in de lente. Niet onverwacht.
De verandering ging langzaam. Iedereen kon er aan wennen.
Niemand vindt het nog gek. Wat het ergste is?
Het ergste moet nog komen.


7.12.05

Licht uit bij PHILIPS?

Petje af. De goedheiligman van een gloeilampindustrie is heengegaan. Meneer Frits overleed op 5 december om 23.43 uur. Hij werd circa 100,64 jaar oud.

Ir. F.J. Philips was een vuurtoren van Hollands welvaren. Peetvader van honderdduizenden gesalarieerden en hun gezin. Zijn betekenis? Kijk eens op http://www.fritsphilips100.nl. Lees een late herinnering aan een lang gesprek, een half mensenleven geleden:

20/05/2005 Geachte Heer Philips, wel een beetje laat, maar we wisten het niet eerder, hartelijke gelukwensen. Misschien herinnert U zich onze ontmoeting op 01.01.1958 in de trein van Oostenrijk naar Nederland. Een lang gesprek, heel interessant.

Op het honderdste verjaardagsfeest van Meneer Frits maakte Eindhovens Dagblad een special van 40 pagina’s. Afrekenen bij de kassa deed je die dag met een Fritske. Een groot, geëngageerd mens ging op de schouders. Meneer Frits, dank u.

Niet alleen in Eindhoven, ook in Parijs is PHILIPS groot. De Eiffeltoren is dankzij PHILIPS mooier uitgelicht dan ooit. Daarnaast kennen we de lichtboei PHILIPS op de Tour Pleyel, ter hoogte van afrit Saint Denis. Een wenkende PHILIPS met een gewicht van 300 ton, de grootste draaiende lichtreclame in zijn soort (worldwide).

PHILIPS heeft een probleem met de Franse wetgever. PHILIPS voldoet niet aan wettelijke eisen. PHILIPS is te pontificaal. Deze zomer werd de exploitant van PHILIPS in hoogste instantie in het ongelijk gesteld. Je verwacht dat PHILIPS actie onderneemt. Want een rechterlijke uitspraak moet niet alleen aan de letter, maar ook aan de geest van de wet voldoen.

PHILIPS strooit vanaf de Tour Pleyel haar goede naam uit over miljoenen Parijzenaars. PHILIPS confronteert niet, maar biedt een glimp. PHILIPS is een wonder van techniek. Dag-en-nacht hetzelfde PHILIPSBLAUW verbeelden -que le bleu diurne soit à l'identique du bleu nocturne- is lastiger dan het lijkt. Dankzij een gezonde mix van techniek en alchemie realiseerde PHILIPS dit kunststuk. De PHILIPS van de Tour Pleyel is een plechtanker voor het oog. Een toonbeeld van horizonverfraaiing. Aanleiding genoeg om PHILIPS alsnog te permitteren om met haar milde knipoog de lichtstad op te luisteren.


4.12.05

Sportjagen

De fazant kijkt op, alsof hij op het punt staat de veilige omlijsting van een stilleven te verlaten. Met gesteven kraag staart hij zijn omgeving aan. Vol geur en kleur werpt hij scherpe, rood omzoomde blikken en laat hoenderachtig de kop weer zakken. Vanaf de vroege herfst scharrelt hij hier, in het bedrukte land tussen Loire en Cher. Temidden van vaalgele kolven imiteert hij een wild dier. Zelfs deze decemberdag glanst zijn dos trots warmbruin metalig.

Hard gesnuif rommelt vanuit de luwte. De fazant duikt, schiet op lage poten weg, zoekt een heenkomen tussen taaie stengels. Als een op hol geslagen stofzuiger zwelt het gesnuif nu verder aan. Naar het licht sprint de fazant, bereikt de akkerrand, een hond springt op. Vervuld van levensdrift draait de vogel onhandig naar de wind, fladdert, laag aan de grond, vliegt kokokokokokok…

Davert het schot kil staal kraakt vlerk hagel schroeit de donzen buikwand bloot tot kippenvel dooft alle geluid.

De schutter ruikt hardhorend, hoe damp van kruit met olie mengt. Ervaart genot van notenhout, de harde kolf die zijn schouder schampt. Observeert een wolk van veren, slagzij van een fazant, de noodlanding tussen laag onkruid. Wacht hoe een stille hond braaf tussen tedere kaken de schuldloze fokprooi aanreikt. Want wat is sterven anders?

Eerder die dag. De boer verwelkomt schutters voor de chasse à la carte (honden zijn bij de prijs inbegrepen) op maar twee uur rijden van Parijs. Hij verwildert gierst op afgeschreven velden, kort voor de opening van het seizoen brengt hij zijn werkvoorraad schietklaar wild en gevogelte op orde. Een knotsgekke kinderboerderij waar de fazant duur wordt betaald. Red de boer! En red de jager!

De natuur verdraagt geen sentiment. Het plukken vraagt geduld. Eenmaal van veren ontdaan, verzwelgt een kookboek de fazant. Met zuurkool? Of in cider met puree van kastanjes dan maar?


3.12.05

De denkbeeldige schildpad

Voortglijdend met een vaart van 9 km/u over het Trottoir à Grande Vitesse bij Chatelet denk ik aan mijn eerste gestuntel als stoeptoerist. Als allochtoon in Parijs had ik de grootste moeite te anticiperen op het gedrag van mede stoepgebruikers. Veel bijna botsingen, vernietigende blikken, pardon en excusez-moi. Miste ik signalen? Was ik onvoldoende bekend met de trottoir etiquette? Of de anticipatie cultuur? Nauwgezette observatie bracht me iets verder. Ervaren trottoirgasten leken het probleem niet te hebben.

Het lag dus aan mij.

Wat deed ik fout? Zat er een rechts-links systeem verborgen in het trottoirgebruik volgens een patroon dat lastig te doorgronden was? Had het te maken met een ingebakken geheime choreografie? Welke voet je voor hebt bijvoorbeeld, vanaf de linkervoet rechts uit de flank en omgekeerd, of juist andersom? Maakte je eerst via oogcontact je doorstroom voorkeur kenbaar om vervolgens als een ingezeepte dolfijn langs je tegenligger af te glijden?

Ik kwam er niet uit.

Het heeft lang geduurd voor bij mij het kwartje viel. De oplossing had u waarschijnlijk al binnen twee seconden bedacht, misschien zonder ooit een voet te hebben gezet op de stoepen van de Boulevard Haussmann, tussen kerstinkopende flaneurs van de zaterdagmiddag, aan de noordkant ter hoogte van Printemps en de Galeries Lafayette.

Mijn basissnelheid lag te hoog.

Wie door de stad wil lopen als een snelwandelaar op weg naar z'n laatste trein, herkent het probleem. Het Parijse trottoir is geen stormbaan. De gemiddelde stoepsnelheid in de hoofdstad ligt dik onder de 3 km/u. Ik was gewend om met een tempo van 5,5 km/u op een doel af te gaan. Mijn gebrek is nu uit de wereld. Want ik besef: traagheid is een deugd en de winkelende Parijzenaar heeft nog altijd een denkbeeldige schildpad aangelijnd. Ik matig mijn snelheid en erger me niet. Een kwestie van civilisatie.


This page is powered by Blogger. Isn't yours?

Aanmelden bij Reacties [Atom]