4.12.05
Sportjagen
De fazant kijkt op, alsof hij op het punt staat de veilige omlijsting van een stilleven te verlaten. Met gesteven kraag staart hij zijn omgeving aan. Vol geur en kleur werpt hij scherpe, rood omzoomde blikken en laat hoenderachtig de kop weer zakken. Vanaf de vroege herfst scharrelt hij hier, in het bedrukte land tussen Loire en Cher. Temidden van vaalgele kolven imiteert hij een wild dier. Zelfs deze decemberdag glanst zijn dos trots warmbruin metalig.Hard gesnuif rommelt vanuit de luwte. De fazant duikt, schiet op lage poten weg, zoekt een heenkomen tussen taaie stengels. Als een op hol geslagen stofzuiger zwelt het gesnuif nu verder aan. Naar het licht sprint de fazant, bereikt de akkerrand, een hond springt op. Vervuld van levensdrift draait de vogel onhandig naar de wind, fladdert, laag aan de grond, vliegt kokokokokokok…
Davert het schot kil staal kraakt vlerk hagel schroeit de donzen buikwand bloot tot kippenvel dooft alle geluid.
De schutter ruikt hardhorend, hoe damp van kruit met olie mengt. Ervaart genot van notenhout, de harde kolf die zijn schouder schampt. Observeert een wolk van veren, slagzij van een fazant, de noodlanding tussen laag onkruid. Wacht hoe een stille hond braaf tussen tedere kaken de schuldloze fokprooi aanreikt. Want wat is sterven anders?
Eerder die dag. De boer verwelkomt schutters voor de chasse à la carte (honden zijn bij de prijs inbegrepen) op maar twee uur rijden van Parijs. Hij verwildert gierst op afgeschreven velden, kort voor de opening van het seizoen brengt hij zijn werkvoorraad schietklaar wild en gevogelte op orde. Een knotsgekke kinderboerderij waar de fazant duur wordt betaald. Red de boer! En red de jager!
De natuur verdraagt geen sentiment. Het plukken vraagt geduld. Eenmaal van veren ontdaan, verzwelgt een kookboek de fazant. Met zuurkool? Of in cider met puree van kastanjes dan maar?
Aanmelden bij Reacties [Atom]