4.2.06
Perron Angst

In de verte prikt een straatlantaarn een gat in de nacht. Reptielachtig loeren voertuigen tussen laag struikgewas. Niemand op straat. Drong het nieuws dat de noodtoestand werd opgeheven, hier nog niet door?
Teruglopend naar mijn trein passeer ik twee jongens in painted denim en zwarte camouflagejassen. Vanonder hoodies kijken ze me schichtig aan. Ik ken deze jongens niet, zij mij evenmin. Wie vreest wie? Stilte maakt dat ik me bespied voel, vanavond in de buitenwijk. Zeker, ik ben onderweg. Ik hoef niet verdacht rond te hangen. Ik heb een doel. Maar ik woon hier niet, werk hier niet. Ik hoor hier niet.
Wat heb ik hier te zoeken?
De ingang van het station wenkt als een gat in de heg. Stroomverslindend licht is de hal waar ik dwars doorheen loop. Weer buiten ga ik een trap af naar het tunneltje. Spoor vier moet ik hebben. Mijn ontsnappingsroute naar Parijs.
Kwamen de autoriteiten hier kortgeleden op bezoek? Het tunneltje is opzichtig opgeschilderd, maar een verse signatuur uit de spuitbus vertelt dat de ruimte alweer werd opgeëist. OTS... lees ik dat goed? Ja, ene OTS heeft zijn territorium alweer gemarkeerd. Ik verlaat het tunneltje en kom op een schemerig perron. Niemand zo te zien. Bijna negen uur. De trein naar huis komt over een paar minuten. Op een ijskoud bankje wacht ik af.
Opeens twee jongens op het perron. Theatraal bling bling. Hoorbaar uitgerust met oorpluggen. Een paar meter verderop gaan ze zitten, gezellig knikkebollend in hun rap verzonken. Een oudere heer wandelt het perron op. Luchtig gekleed voor de tijd van het jaar en gelet op zijn tropische uiterlijk. Terwijl hij komt aanlopen, rolt de vuile dubbeldekker het station binnen.
De oudere heer kende de dienstregeling blijkbaar uit zijn hoofd.
Ik sta op als de trein snel vaart mindert en kijk naar binnen. Zo op het eerste oog niet veel volk vanavond. Eens zien of ik een rustig plekje kan vinden…
Aanmelden bij Reacties [Atom]