30.1.06
Vrij kamperen in de binnenstad

Eerder schreef ik over de tenten waarin sommige daklozen van Parijs sinds 21 december bivakkeren (Winterbivak). De tentenactie is bedoeld om aandacht te vragen voor het gebrek aan structurele opvang van de duizenden stadsnomaden van Parijs. Een officiële reactie van de kant van de stadsbestuurders bleef uit. Dat hoefde ook niet, want de vorst zette niet door.
Afgelopen week inventariseerde de linkse krant Libération de meningen van een paar bestuurders. “Je moet wel een hart van steen hebben, wanneer je niet geraakt wordt door de tenten.” zegt Jean-Pierre Lecoq, burgemeester van het 6e arrondissement. Hij heeft gelijk: er wordt veel over de tenten gepraat.
Philippe Goujon, wethouder en president van de conservatieve UMP Parijs zegt: “Het is voor het eerst te zien op de openbare weg. Daarom shockeert het. Toch zou het beeld van daklozen zonder beschutting veel meer moeten shockeren.” Een reactie die de essentie raakt van het daklozen vraagstuk. Parijzenaars en hun bestuurders hebben geleerd de daklozen te ontkennen. Er overheen kijken om er niet door te worden geraakt.
Deels heeft deze ontkenning te maken met een vorm van zelfbescherming. Pierre Catagnou, burgemeester van het 14e arrondissement zegt: “De daklozen roepen een gevoel van onzekerheid op dat niet aansluit bij de beleving van de werkelijkheid. Veel buurtbewoners hebben iets van: l’enfer c’est les autres, de hel dat zijn de anderen, dus die armoede is een zaak van anderen.”
Niet iedereen heeft begrip voor de reactie van buurbewoners. Jean-Yves Mano, wethouder huisvesting van Parijs zegt: “Ik begrijp niet goed hoe de buurtbewoners meer geschokt kunnen zijn door een tent op het trottoir dan door zichtbare armoede in de open lucht. De enige verklaring die ik kan vinden is dat de misère van mensen steeds normaler schijnt te worden.”
Wat is normaal? Zwervers behoren sinds jaar en dag tot het genormaliseerde Parijse straatbeeld. De daklozen van de hoofdstad lossen op in de achtergrondruis van de metropool, het testbeeld van de straathoek. Als je ze niet wilt zien, zap je zodra je een dakloze in beeld krijgt eenvoudig naar een ander kanaal, naar een andere realiteit.
Nietsche stelde dat je twee ogen nodig hebt om iets helemaal te zien: een oog van liefde en een oog van haat. Het cliché van een bestaan op de stoep, is door de tenten in een indringend surrealistisch tafereel veranderd: vrij kamperen op de Parijse trottoirs. Vreemd gezicht niet? Wat vind je daar eigenlijk van?
Aanmelden bij Reacties [Atom]