15.11.05
Loreley van het Louvre
Ik typeer haar als licht aanstootgevend. Haar plaatsing, kuis temidden van stug struikgewas ten noorden van de wandelstrook tussen Louvre en Tuin der Tuilerieën, is een oplossing uit verlegenheid. Het kan niet anders. Een plek langs de hoofdroute is geen optie. Zij bindt te veel blikken aan zich. Het plezier van de kruisende flaneurs zou er onder lijden.Uit haar houding spreekt aristocratische nonchalance. Zij voelt zich niet bespied in haar bezigheden. Aan de oever van een lange, langzame dompeling, knot zij haar haren. Zich klaarmakend voor een zuiverend bad toont zij onbewust het welvende lichaam. Het huispersoneel heeft geen oog voor haar gratiën. Zware ketels stomend water, hooibloemolie en lavendellakens vergen alle aandacht. Zij is het gewend om door vreemde ogen te worden bekeken. Waar zal ze zich voor schamen, ze is de dagdroom van elke zondagsschilder.
Zij lonkt met bronsgroene weelde, dwingt glurende blikken af. Wie te nabij komt, in haar ban belandt, valt stil. Haar gesokkelde aanwezigheid legt het zwijgen op. Omvangrijk is ze niet, maar ze heeft ook niets petieterig. Meisjesachtig zou ik haar postuur niet willen noemen. Luilakkerige damesrondingen verraden een afkomst uit gegoede standen van de voorbije tijd. Ze vertoont geen spoor van Kournikoviaanse knokigheid. Ze bezit een loom Victoriaans spierenspel zonder anatomische duiding. Ze vertoont die specifieke rijpheid die door mijn groenteman gewoonlijk als zacht-maar-stevig wordt omschreven.
Zij is de uitzondering op de regel. De hoofdstad celebreert beroemde heren en helden in afgietsels en sculpturen van het tweede garnituur. De boulevards en pleinen zijn bezaaid met plastische plompheid. Het wemelt in Parijs van de massief metalen klazen en toonbeelden van groots onvermogen.
Zij is hors catégorie, een stille verlokking in de Louvretuin. Wie op zondagmiddag door de Tuilerieën kuiert, moet eens naar haar afdwalen. Vaut le détour.
Aanmelden bij Reacties [Atom]